Direct naar inhoud

De toegankelijkheidsverklaring: wat de wet echt vraagt, en wat het niet is

De Europese toegankelijkheidswet vraagt van dienstverleners een publiek document dat uitlegt hóé hun dienst aan de toegankelijkheidseisen voldoet. Dat staat in artikel 13, lid 2 en bijlage V van richtlijn (EU) 2019/882. Het is niet hetzelfde als de toegankelijkheidsverklaring die je van overheidswebsites kent, en het is geen keurmerk. Het hoort in je algemene voorwaarden of een gelijkwaardig document, het moet schriftelijk én mondeling beschikbaar zijn, het moet zelf toegankelijk zijn, en je bewaart het zolang je de dienst aanbiedt.

Hieronder staat wat de richtlijn letterlijk vraagt, waar de verwarring met de overheidsverklaring vandaan komt, en welk onderdeel vrijwel iedereen overslaat.

Wat de wet letterlijk vraagt

Artikel 13, lid 2 is één alinea lang en vraagt vier dingen tegelijk. Je stelt de informatie op volgens bijlage V. Je legt uit op welke manier je dienst aan de eisen voldoet. Je stelt die informatie publiek beschikbaar, schriftelijk en mondeling, mede op een manier die toegankelijk is voor mensen met een beperking. En je bewaart hem zolang de dienst in werking is.

Bijlage V maakt concreet wat erin moet staan. Drie inhoudelijke onderdelen:

Let op waar dat volgens de bijlage terechtkomt: in de algemene voorwaarden of een gelijkwaardig document. Niet in een los pdf'je achterin het menu.

Wat het níét is

Bijna iedereen die “toegankelijkheidsverklaring” hoort, denkt aan de verklaring van overheidswebsites. Die komt uit een andere Europese richtlijn, 2016/2102, en werkt anders: een vast model, een verplicht feedbackmechanisme en een link naar de handhavingsprocedure. Die verplichting geldt voor overheidsinstanties. Voor een webshop is dat model geen sjabloon dat je kunt overnemen, want het beantwoordt een andere vraag.

Het is ook geen keurmerk. Er is geen instantie die je verklaring goedkeurt, en niemand geeft je er een badge voor. En het is niet iets wat een scan je overhandigt: een scan meet, een verklaring beschrijft. Wie die twee door elkaar haalt, publiceert een bewering die hij niet kan onderbouwen. Een verklaring zonder onderliggende meting is daarmee zelf een risico.

Het onderdeel dat vrijwel iedereen overslaat

Bijlage V heeft naast die drie inhoudelijke punten nog een derde bepaling, en die vraagt iets heel anders. Je moet informatie verschaffen waaruit blijkt dat de conformiteit van je dienst wordt gewaarborgd door het dienstverleningsproces en het toezicht daarop.

Dat gaat niet over de stand van je site vandaag, maar over hoe je die stand bijhoudt. Het sluit aan op artikel 13, lid 3, dat vraagt om procedures die je dienst conform hóúden, waarbij je rekening houdt met drie soorten verandering: veranderingen in je dienstverlening, veranderingen in de eisen, en veranderingen in de geharmoniseerde normen.

Praktisch betekent dat: een rapport van veertien maanden geleden beschrijft een moment, geen proces. De wet vraagt allebei.

“Schriftelijk en mondeling”, wat is dat?

Eerlijk antwoord: de richtlijn zegt het, en werkt het niet uit. Of een audioversie volstaat, of dat je een bereikbaar telefonisch kanaal nodig hebt, staat er niet. Wij weten het niet en we gaan het niet invullen. Leg die vraag voor aan je jurist, en zet in je verklaring wat je feitelijk aanbiedt.

Waar WCAG in dit verhaal zit

Nergens, letterlijk. De richtlijn noemt WCAG niet. Wat de richtlijn wél doet, is een vermoeden van conformiteit koppelen aan geharmoniseerde normen waarvan de referentie in het Publicatieblad van de EU is bekendgemaakt (artikel 15). Bijlage V zegt daarbij dat je die normen geheel of gedeeltelijk mag toepassen om aan punt 1 te voldoen. In de praktijk loopt die route via EN 301 549, die voor websites doorverwijst naar WCAG 2.1 niveau AA.

Dat is precies waarom een verklaring niet vrijblijvend is: als je hem op een norm baseert, moet je bij een nieuwe versie van die norm opnieuw kijken.

Val ik hier eigenlijk wel onder?

De micro-uitzondering wordt structureel verkeerd geciteerd. Volgens artikel 3, punt 23 is een micro-onderneming een onderneming met minder dan 10 werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro. Het personeelsaantal is een harde grens: vanaf 10 mensen vervalt de uitzondering, ongeacht je cijfers. Bij het geld is één van de twee genoeg. Reken het na met je jaarcijfers en leg het voor aan je accountant.

Wat kun je nu doen?

Begin bij het onderdeel dat je alleen zelf kunt schrijven: de beschrijving van je dienst en van hoe hij werkt. Dat is klantwerk, geen meetwerk.

Het deel dat wél meetwerk is, de beschrijving van hoe je aan de eisen voldoet, wordt pas onderbouwd als je weet waar je staat. En omdat die verklaring bewaard moet blijven zolang je de dienst aanbiedt, en bijlage V punt 3 daarnaast om je proces vraagt, is die eerste meting geen momentopname die je daarna weggooit. Het is de eerste regel in een dossier dat je hoe dan ook gaat bijhouden.

Met een eerlijke kanttekening daarbij: automatisch testen dekt een deel van de norm. Onze scanner toetst 30 van de 50 WCAG-AA-criteria machinaal, deels of geheel; voor de rest is menselijk onderzoek nodig, en dat zeggen we er altijd bij.

De eerste regel van dat dossier kost 60 seconden.

Start de gratis scan

Veelgestelde vragen

Is dit dezelfde verklaring als die van overheidswebsites?
Nee. Die komt uit richtlijn (EU) 2016/2102 en heeft een vast model, een feedbackmechanisme en een link naar de handhavingsprocedure. De verplichting voor commerciële dienstverleners komt uit richtlijn (EU) 2019/882, artikel 13, lid 2 en bijlage V, en vraagt andere inhoud.
Waar moet de informatie staan?
Bijlage V punt 1 zegt: in de algemene voorwaarden of een gelijkwaardig document.
Hoe lang moet ik hem bewaren?
Zolang de dienst in werking is (artikel 13, lid 2).
Moet ik WCAG noemen?
De richtlijn verplicht dat niet. Ze koppelt een vermoeden van conformiteit aan geharmoniseerde normen waarvan de referentie in het Publicatieblad staat (artikel 15). In de praktijk is dat EN 301 549, die voor websites naar WCAG 2.1 AA verwijst.
Is een verklaring genoeg?
Nee. Een verklaring beschrijft de werkelijke stand van je dienst, en bijlage V punt 3 vraagt daarnaast dat je laat zien hoe je proces en je toezicht die stand borgen.
Wat als ik niet aan de eisen voldoe?
Dan vraagt artikel 13, lid 4 dat je onmiddellijk corrigeert én de bevoegde autoriteit informeert. In Nederland heeft de ACM daar termijnen op gezet: binnen 1 week bij impact “kritiek” of “serieus”, binnen 1 maand bij “matig” of “klein”, en melden hoeft niet als je het binnen die termijn oplost.

Bronnen

Wexlo scant websites op toegankelijkheid en is open over wat automatisch testen wel en niet ziet. Dit artikel is voorlichting, geen juridisch advies.